natuurlijkheid

vrouwelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. het zijn zoals iets is zonder inmenging van de mens
    In grote natuurgebieden als het Drents-Friese Wold en de Veluwezoom wil de vereniging daarom "de natuurlijkheid bevorderen". Er worden extra wildroosters en hekken geplaatst.
  2. het eenvoudig, zonder al teveel poespas zijn
    ... elke beweging is bijna ingestudeerd, gecalculeerd en berekend op een manier die haar berooft van al die natuurlijkheid die ze desondanks toch uitstraalt...

Etymologie

* afleiding van natuurlijk

Vertalingen

Engelsabandonment, unaffectedness, simplicity