naïviteit

vrouwelijk (de)/naiviˈtɛit/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. het nog niet gevormd of beschadigd zijn door het leven en daardoor wereldvreemd
    Wat we door de afwijzing van de televisie nog buiten de huiskamer probeerden te houden, hebben we via onder meer (ongefilterd!) internet en iPhone dubbel en dwars binnengehaald. Spreekt er uit deze ontwikkeling niet een groot stuk naïviteit? Reformatorisch Dagblad W.P. Emaus 1 maart 2018 [https://www.rd.nl/opinie/wie-beeldcultuur-wil-weerstaan-moet-dicht-bij-het-woord-leven-1.1470703 Wie beeldcultuur wil weerstaan moet dicht bij het Woord leven]
    Waarschijnlijk is het management, zonder dat Dotan het wist, uit naïviteit en enthousiasme met dat trollenleger begonnen. Ik vraag me af of Dotan dat in de gaten had. Hem kennende waarschijnlijk niet. Tubantia T. Tates 30 mei 2018 [https://www.tubantia.nl/show/moeder-dotan-ik-heb-een-ongelooflijke-bak-shit-over-me-heen-gekregen~a106e96a/ Moeder Dotan: Ik heb een ongelooflijke bak shit over me heen gekregen]
    “De naïviteit over met wie je te maken hebt. Ook in Nederland hoor je mensen zeggen dat we toch afspraken met Poetin kunnen maken. Nou, die man heeft herhaaldelijk internationale afspraken aan zijn laars gelapt en politieke tegenstanders vermoord. Hij is van een totaal andere categorie dan wij gewend zijn.”[https://www.parool.nl/nederland/geert-mak-doet-flink-wat-boeken-weg-ze-beschrijven-een-wereld-die-deze-week-ten-einde-kwam~bd40bda8/ www.parool.nl (15 feb 2025)]

Etymologie

* afleiding van naïef en

Vertalingen

Engelsnaivete