muur
mannelijk (de)/myr/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (bouwkunde) verticale vlakke constructie van metselwerkOp deze oude muur is een al bijna even oude schildering te zien.
- een heel steile wegDe Touretappe van donderdag eindigt op een gevreesde Vogezentop. Die onvervalste muur zal de eerste schifting in de Tour doorvoeren.
- iets met het uiterlijk of andere kenmerken van een steile wandToen ik de gigantische muur inktzwarte wolken op me af zag komen barstte ik in tranen uit.
zelfstandig naamwoord
- (bloemplanten) een geslacht van kruidachtige planten uit de anjerfamilie (). De typesoort is . Het geslacht komt wereldwijd voor met zo'n 175 soorten. De meeste soorten hebben vijftallige, witte kroonbladenMuur kun je ook door de sla doen.
Etymologie
*[B] ‘kruidachtige plant’; uit vroeger muer(kruyd), uit Middelnederlands miere, mure (f), ontwikkeld uit Oergermaans *meurja- (n),Guus Kroonen, Etymological Dictionary of Proto-Germanic, Leiden: Brill, 2013, blz. 368. verdere herkomst onbekend. Evenals Nederduits Mier, Duits dial. Miere, Meier en Fries mier, mierre.
Uitdrukkingen
- De muren hebben oren — Let op wat je zegt, iedereen die dat wil kan meeluisteren
- Gekken en dwazen schrijven hun namen op muren (of deuren) en glazen — Mensen die het minst te melden hebben, schreeuwen vaak het hardst
- Iemand van het kastje naar de muur sturen — Iemand aan het lijntje houden, altijd ergens anders naartoe sturen ofwel: niemand die hem wil helpen en hem steeds maar doorstuurt
- Met de rug tegen de muur staan — Geen kant op kunnen, hooguit een laatste uitweg
- Met het hoofd tegen de muur lopen — Mislopen
- Tegen de muur praten — Iets zeggen zonder dat degene voor wie het is bedoeld dit hoort, of zich er iig niets van aantrekt
Vertalingen
Engelswall, chickweed
Fransmur, muraille, mouron blanc
DuitsMauer, Vogelmiere
Spaansmuro, pared, tabique
Italiaansmuro, centocchio
Portugeesmuro, parede, morugem
Russischстена
Japans壁
Turksduvar
Poolsściana, gwiazdnica
Zweedsmur, vägg
Deensmur, væg
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek