mier

mannelijk/vrouwelijk (de)/mir/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. vliesvleugeligen (vliesvleugeligen) een kruipend, in grote kolonies levend omnivoor insect
    Wij hebben heel vaak last van mieren.
    Overal waar je keek zag je leven in de woestijn. Duikende vogels, mieren, hagedissen en het onophoudelijke gezang van de krekels.

Etymologie

* In de betekenis van ‘insect’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1240

Uitdrukkingen

  • Bij de mieren zijnDood zijn
  • Zo arm als de mierenErg arm, straatarm
  • Zo druk als de mierenErg druk

Vertalingen

Engelsant
Fransfourmi
DuitsAmeise
Spaanshormiga
Italiaansformica
Portugeesformiga
Russischмуравей
Turkskarınca
Zweedsmyra
Deensmyre