moer
mannelijk/vrouwelijk (de)/mur/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (werktuigbouwkunde) blokje met een gat dat van schroefdraad is voorzien zodat het op een schroefbout pastWat is het verschil tussen een moer en een bout?
zelfstandig naamwoord
- (biologie) vrouwelijk wezen, zoals de moederstam van een gist of plant of een vrouwelijk konijn, haas of fret
- (imkerij), (dierkunde) koningin van een bijenvolk
- om het meest oorspronkelijke of voornaamste exemplaar aan te geven
zelfstandig naamwoord
- (verouderd) vaste stof die uit een vloeistof is bezonken
zelfstandig naamwoord
- (verouderd) drassig land, vooral gebruikt voor natte veengebieden
zelfstandig naamwoord
- (informeel) moeder
- (anatomie) baarmoeder
- (dierkunde) wijfje dat zich heeft voortgeplant, moederdier
- (plantkunde) aflegger [2], moederstam
Etymologie
*[D] Afkorting van moeder
Uitdrukkingen
- Geen moer
- Je moers taal — De taal waarmee je vanaf je jongste jaren bent opgegroeid, eerste taal, moedertaal
- Loop naar je moer! — Bekijk het, ga heen, hoepel op
- Niet bang zijn voor de duivel of zijn ouwe moer — Voor niets of niemand bang zijn
Vertalingen
Engelsnut, marsh, swamp
Fransécrou, marais
DuitsMutter, Marschland
Spaanstuerca, marisma, pantano
Italiaansdado
Portugeesporca, marisma
Russischгайка, марши, болото
Chinees螺母
Japansナット, 沼
Koreaans소택
Arabischصمولة, سبخة
Turkssomun
Poolsnakrętka, rozlewisko
Zweedsmutter, marskland
Deensmøtrik, marsk
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek