moer

mannelijk/vrouwelijk (de)/mur/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. werktuigbouwkunde (werktuigbouwkunde) blokje met een gat dat van schroefdraad is voorzien zodat het op een schroefbout past
    Wat is het verschil tussen een moer en een bout?
zelfstandig naamwoord
  1. biologie (biologie) vrouwelijk wezen, zoals de moederstam van een gist of plant of een vrouwelijk konijn, haas of fret
  2. imkerij, dierkunde (imkerij), (dierkunde) koningin van een bijenvolk
  3. om het meest oorspronkelijke of voornaamste exemplaar aan te geven
zelfstandig naamwoord
  1. verouderd (verouderd) vaste stof die uit een vloeistof is bezonken
zelfstandig naamwoord
  1. verouderd (verouderd) drassig land, vooral gebruikt voor natte veengebieden
zelfstandig naamwoord
  1. informeel (informeel) moeder
  2. anatomie (anatomie) baarmoeder
  3. dierkunde (dierkunde) wijfje dat zich heeft voortgeplant, moederdier
  4. plantkunde (plantkunde) aflegger [2], moederstam

Etymologie

*[D] Afkorting van moeder

Uitdrukkingen

  • Geen moer
  • Je moers taalDe taal waarmee je vanaf je jongste jaren bent opgegroeid, eerste taal, moedertaal
  • Loop naar je moer!Bekijk het, ga heen, hoepel op
  • Niet bang zijn voor de duivel of zijn ouwe moerVoor niets of niemand bang zijn

Vertalingen

Engelsnut, marsh, swamp
Fransécrou, marais
DuitsMutter, Marschland
Spaanstuerca, marisma, pantano
Italiaansdado
Portugeesporca, marisma
Russischгайка, марши, болото
Chinees螺母
Japansナット, 沼
Koreaans소택
Arabischصمولة, سبخة
Turkssomun
Poolsnakrętka, rozlewisko
Zweedsmutter, marskland
Deensmøtrik, marsk