malie

vrouwelijk (de)/ˈmali/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. middeleeuwen (middeleeuwen) ringetje of lusje van metaal dat onderdeel van een wapenrok is
    De bescherming die maliën boden kwam met een zware prijs, in de letterlijke zin van het woord zwaar.
  2. heraldiek (heraldiek) een heraldisch stuk in de vorm van een geledigde ruit
    Het wapen van de Franse gemeente Massals bevat een malie.
  3. kleding (kleding) een metalen of kunststoffen ringetje of buisje aan het eind van een veter dat rafelen tegengaat
    Je moet het malietje niet van de veter halen, want dan krijg je een kwast.
  4. kleding (kleding) eveneens de benaming voor elk van de ringetjes in schoeisel, waar de veter doorheen geregen wordt 
    Om een schoen van een nieuwe veter te voorzien, rijgt men de veter altijd als eerste door de onderste of voorste maliën van de schoen.
  5. spel (spel) het slaghout van een oud kolfspel waarbij een bal voortbewogen wordt over een baan
    Malie is een voorloper van croquet.

Etymologie

: via Oudfrans maille uit Latijn macula (lus, maas in een net)

Vertalingen

Engelsmail, mascle, aglet
Fransmaille, mâcle, ferret
DuitsNestelspitze, Nadel