nestel

mannelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. schoeisel (schoeisel) een metalen of kunststoffen ringetje of buisje aan het eind van een veter dat rafelen tegengaat
    Je moet het nesteltje niet van de veter halen, want dan krijg je een kwast.
  2. snoervormig stuk drop
  3. ereteken bij de krijgsmacht

Etymologie

* In de betekenis van ‘veter, schoudersieraad’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1380