nestel
mannelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (schoeisel) een metalen of kunststoffen ringetje of buisje aan het eind van een veter dat rafelen tegengaatJe moet het nesteltje niet van de veter halen, want dan krijg je een kwast.
- snoervormig stuk drop
- ereteken bij de krijgsmacht
Etymologie
* In de betekenis van ‘veter, schoudersieraad’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1380
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek