stift

onzijdig (het)/stɪft/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. religie (religie) klooster, sticht
  2. pen, pin
  3. viltstift
  4. vulling voor een vulpotlood of ballpoint
  5. voetbal (voetbal) schot waarbij de bal een hoge boog beschrijft

Etymologie

* Leenwoord uit het Duits, in de betekenis van ‘staafje’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1477

Vertalingen

Spaansclavija, pasador