stift
onzijdig (het)/stɪft/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (religie) klooster, sticht
- pen, pin
- viltstift
- vulling voor een vulpotlood of ballpoint
- (voetbal) schot waarbij de bal een hoge boog beschrijft
Etymologie
* Leenwoord uit het Duits, in de betekenis van ‘staafje’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1477
Vertalingen
Spaansclavija, pasador
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek