levensgemeenschap
vrouwelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (biologie) het tezamen leven van een groep dierlijke of plantaardige organismen in een bepaald gebied
- (sociologie) samenhangende groep mensen waarin solidariteitsgevoelens en collectiviteitsbesef aanwezig zijn
Vertalingen
Spaansbiocenosis
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek