leven
onzijdig (het)/ˈlevə(n)/
Betekenis
werkwoord
- het doormaken van het leven, het doormaken van de periode tussen geboorte en doodZij leven al drie jaar langer dan verwacht met die ziekte.Wij zullen lang leven!Vaak had ik gefantaseerd hoe het zou zijn om in een andere tijd te hebben geleefd.
- wonen, verblijvenBoven alles deed het me beseffen hoe veel geluk ik heb dat ik in een vrij land leef, waar mijn dochters kunnen doen wat ze willen en ongestoord naar school kunnen gaan.Wat leefden we op dit moment in compleet andere werelden, wat was ik ver weg en wat zou ik ze nu graag even vast willen houden.
- spreken en denken over een bepaald onderwerpLeave No Trace (LNT) leeft sterk binnen de hikergemeenschap.
zelfstandig naamwoord
- een voortbestaan van organismen, gericht op groei en/of vermenigvuldigingHet leven op aarde moet er tijdens de ijstijd heel anders uitgezien hebben dan nu.
- de tijdsspanne die men levend doorbrengtDie schrijver heeft gedurende zijn leven heel wat werken geschreven die ook vandaag nog veel gelezen worden.
- het menselijk bestaan in het algemeen of een deel daarvan`Van Sinterklaas tot Sintemaarten' is bestemd voor Nederland en Vlaanderen. Wij hopen van harte dat het boek, mede door de grote toewijding waarmee Otto Dicke het heeft geïllustreerd, met vreugde gebruikt zal worden. Niet alleen voor de jeugd, in gezin en school, maar ook door alleenstaanden en zieken. Kortom: allen die zich willen verdiepen in de 'feestelijke' kant van het leven.
- periode dat iets in functie isToch blijft de Nationale 7 een mythisch traject, een Franse Route 66, aan een tweede leven begonnen als nostalgische attractie. 'De mensen willen terugkeren naar een gelukkige tijd', zegt Patrick Henriroux (55), patron van tweesterrenrestaurant La Pyramide in Vienne.
- activiteit en drukteHij vroeg zich af wat dit alles te betekenen had. Anders was zo'n grote stad toch altijd vol leven?{{Aut|Herzen, FrankJe ziet ook hoe het leven langzaam uit de Route is weggetrokken. De romantiek van het verval is overvloedig aanwezig. Verlaten, met gras en onkruid overwoekerde tankstations.
Etymologie
*(erfwoord): Middelnederlands lēven, ontwikkeld uit Oergermaans *libēn-, bij Indo-Europees *lip-éh₁-ie met de nultrap van de wortel *leip- ‘kleven’, waarvoor zie blijven. Evenals Nederduits leven, Duits leben en Engels live.
Uitdrukkingen
- Een herinnering levend houden.
- Hoop doet leven — als je kan uitzien naar betere tijden, krijg je weer levenslust; zolang je nog hoop hebt, zijn er ook nog mogelijkheden
- Leven als een god in Frankrijk — een aangenaam en zorgeloos leven hebben
- Leven als vrienden en rekenen als vijanden. — vriendelijk met elkaar omgaan uit een soort van formaliteit maar eigenlijk helemaal niet zo op elkaar gesteld zijn
- Leven en laten leven. — je hoeft je niet overal mee bemoeien, iets gewoon laten zoals het is
- Niet bij brood alleen leven — men heeft meer nodig dan alleen eten om te kunnen leven
- Op de schobberdebonk leven — dakloos zijn en/of bedelend leven
- Op grote voet leven — veel geld uitgeven
Vertalingen
Engelslive, life, life
Fransvivre, vie, vie
Duitsleben, Leben, Leben
Spaansvivir, vida
Italiaansvivere
Russischжить, жизнь, жизнь
Japans生きる, いきる, ikiru
Poolsżyć
Zweedsleva
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek