levensgeluk

onzijdig (het)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. het plezier en de voldoening die het in leven zijn kan bieden
    Vergeet echter niet dat je levensgeluk van je beslissing afhangt.
    Moerenhout spreekt nog niet in de verleden tijd. "Het kan nog steeds dat hij in Tokio actief is. Ik wanhoop niet. Maar hij moet hier zelf uitkomen. Het begint bij zijn eigen levensgeluk. Dat bepaalt of je als sporter ook goed in je vel zit en of je presteert."