koudheid

vrouwelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. het een lage temperatuur hebben
  2. zonder menselijke warmte, liefde of aandacht
    Vanmorgen las ik het verhaal van mevr. Van Os uit Doorn (Tel. Utrecht 7/10). Hier kun je weer duidelijk zien hoe en waar onze menselijkheid verdwijnt. Ik ben hier heel erg kwaad over, de koudheid waarmee de gemeente weer meent te moeten optreden tegen mensen die het graf van hun geliefde graag met liefde verzorgen. De Telegraaf 07 okt. 2016 [https://www.telegraaf.nl/watuzegt/1284884/kerkhoven-in-nederland-koud-en-kil ’Kerkhoven in Nederland koud en kil’]

Etymologie

* afleiding van koud

Vertalingen

Engelscoldness, cold