onverschilligheid

vrouwelijk (de)/ˌɔɱvərˈsxɪləxˌhɛit/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. houding waarbij men zich niets aantrekt van omstandigheden en de opvattingen van anderen
    De jongen was erg slim, maar door zijn onverschilligheid had hij nog steeds geen goede baan.

Etymologie

*afgeleid van onverschillig

Vertalingen

Engelsindifference
Fransindifférence
Poolsobojętność