onverschilligheid
vrouwelijk (de)/ˌɔɱvərˈsxɪləxˌhɛit/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- houding waarbij men zich niets aantrekt van omstandigheden en de opvattingen van anderenDe jongen was erg slim, maar door zijn onverschilligheid had hij nog steeds geen goede baan.
Etymologie
*afgeleid van onverschillig
Vertalingen
Engelsindifference
Fransindifférence
Poolsobojętność
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek