ongevoeligheid

vrouwelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. de mate waarin iemand medeleven heeft of toont
    De kritiek richt zich ook op de commissaris van het korps, Dany Cotton. Ze vertoonde "opmerkelijke ongevoeligheid" door achteraf te stellen dat ze het niet anders zou hebben gedaan, terwijl de brandweer wist dat de Grenfell Tower een verhoogd risico op brand liep.
  2. de mate waarin een micro-organisme resistent is voor antimicrobiële middelen
    In Noordwijk vindt deze week een tweedaagse ministersconferentie plaats over antibioticaresistentie. Het Nederlandse beleid is toonaangevend in de wereld. Delegaties uit allerlei landen reizen hierheen om kennis te maken met de Nederlandse aanpak. En Nederlandse microbiologen en infectiologen reizen geregeld naar het buitenland om te praten over het voorkomen van ongevoeligheid voor antibiotica.

Etymologie

* afleiding van ongevoelig

Vertalingen

Engelsinsusceptibility, immunity, emotionlessness