hardheid
vrouwelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- psychische ongevoeligheid
- een eigenschap van materialen
- een eigenschap van potlodenMet potloden van een hoge hardheid kun je scherpe lijnen trekken. Met zachtere potloden kun je makkelijker een vlak vullen.
- een eigenschap van water: hoeveel mineralen erin zittenDe hardheid van het drinkwater bepaalt hoeveel wasmiddel je in je wasmachine moet doen
- een eigenschap van röntgenstralenHarde röntgenstralen hebben een groter doordringend vermogen dan zachte röntgenstralen
Etymologie
* afgeleid van hard
Vertalingen
Engelsharshness
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek