kilte

vrouwelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. de kou
  2. de emotionele koelheid van iemand die zelf als vijandigheid kan aanvoelen
    Donderdag is de schrijver overleden, 86 jaar oud. Zijn beroemdste roman, Onbepaald door het lot (1975), kostte hem tien jaar. Het verhaal van de optimistische Hongaars-Joodse György Köves (14) die in 1944 naar de concentratiekampen Auschwitz en daarna Buchenwald wordt gedeporteerd, en die na zijn bevrijding als 16-jarige terugkeert in de kilte in Boedapest, was het zijne. Volkskrant Arjan Peters 31 maart 2016

Etymologie

*afgeleid van kil

Vertalingen

Engelscold