afstandelijkheid

vrouwelijk (de)/ɑf'stɑndələkhɛɪt/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. het ergens niet emotioneel bij betrokken zijn
    Tegelijkertijd is het illustratief voor de afstandelijkheid ten opzichte van de kolonies door de jaren heen van zowat alle Oranjevorsten. De overzeese gebiedsdelen van het Koninkrijk der Nederlanden waren lange tijd vooral wingewesten met een tweederangs status. Daar heersten vormen van racisme, uitbuiting, slavernij en discriminatie.
  2. iets wat getuigd van geringe emotionele betrokkenheid

Etymologie

* afleiding van afstandelijk

Vertalingen

Engelsdetachment, coldness, air of distance