kief

mannelijk (de)/kif/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. verouderd (verouderd) goedkoop roesmiddel gemaakt uit delen van vrouwelijke hennepplanten , dat meestal vermengd met tabak wordt gerookt
    Het Marseille dat Dridi ons in Bye-Bye voorschotelt maakt pas echt aanspraak op de benaming 'narco-état'; toen soft drugs nog 'kief' heetten, was Noord-Afrika de vanzelfsprekende herkomst.
zelfstandig naamwoord
  1. buitenechtelijk kind (alleen in onderstaande uitdrukking)
    Waarom zou ik zuinig leven, nu ik noch kind noch kief heb?

Etymologie

*[B] afgeleid van keefse / kevis "concubine, vrouw waarmee men buiten het huwelijk regelmatig geslachtsverkeer heeft" of keefskind "bastaard"

Uitdrukkingen

  • kind noch kief hebben