kief
mannelijk (de)/kif/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (verouderd) goedkoop roesmiddel gemaakt uit delen van vrouwelijke hennepplanten , dat meestal vermengd met tabak wordt gerooktHet Marseille dat Dridi ons in Bye-Bye voorschotelt maakt pas echt aanspraak op de benaming 'narco-état'; toen soft drugs nog 'kief' heetten, was Noord-Afrika de vanzelfsprekende herkomst.
zelfstandig naamwoord
- buitenechtelijk kind (alleen in onderstaande uitdrukking)Waarom zou ik zuinig leven, nu ik noch kind noch kief heb?
Etymologie
*[B] afgeleid van keefse / kevis "concubine, vrouw waarmee men buiten het huwelijk regelmatig geslachtsverkeer heeft" of keefskind "bastaard"
Uitdrukkingen
- kind noch kief hebben
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek