bastaard

mannelijk (de)/ˈbɑstart/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. de tegenwoordig niet meer gangbare aanduiding voor een kind dat niet geboren is uit een wettig huwelijk
    Vooral in de Germaanse stammen, en daarna in de landen die zich op het Germaanse recht oriënteerden, was de bastaardij een schandvlek en bastaarden werden niet toegelaten tot veel beroepen. Ook de Katholieke Kerk nam het Germaanse gebruik over en bastaarden konden slechts met een bijzondere dispensatie priester worden
  2. een dier dat niet zuiver van één ras of soort is
  3. een plant die door kruising is ontstaan
  4. figuurlijk (figuurlijk) vervelend, minderwaardig persoon
    Hoe komt Isaac aan het geld om die mannen te betalen? Hij had het beslist niet van mij. Ik krijg geen antwoorden op mijn vraag, omdat ik die bastaard van een zoon van me niet kan vinden.

Etymologie

*afgeleid van het oud-Franse bastard () [https://fr.wiktionary.org/wiki/bastard Wiktionnaire]

Vertalingen

Engelsbastard
Fransbâtard
DuitsBastard
Spaansbastardo
Italiaansbastardo
Portugeesbastardo
Turkspiç