basta

mannelijk (de)/ˈbɑsta/

Betekenis

tussenwerpsel
  1. uitroep om een eind te maken aan verdere tegenspraak
zelfstandig naamwoord
  1. kaartspel (kaartspel) (omber, quadrille) klaveraas, de derde troefkaart

Etymologie

*[zelfstandig naamwoord] van "basto" "stok" , omdat vroeger op speelkaarten geen klaveren, maar knuppels waren afgebeeld