ketellappers
/plaatshouder taxonomie/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (spechtvogels) een geslacht van vogels uit de familie Afrikaanse baardvogels ()
Etymologie
* "ketellapper" met de uitgang -s
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek
* "ketellapper" met de uitgang -s