ketelbinkie
mannelijk (de)/ˈketəlˌbɪŋki/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (scheepvaart) (geschiedenis) manusje-van-alles in de leeftijd van 12 tot 17 jaar aan boord van een schipEn met een één, twee, drie in GodsnaamGing het ketelbinkie overboord (…)
Etymologie
* (verkleinwoord van bink)
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek