ketelbinkie

mannelijk (de)/ˈketəlˌbɪŋki/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. scheepvaart, geschiedenis (scheepvaart) (geschiedenis) manusje-van-alles in de leeftijd van 12 tot 17 jaar aan boord van een schip
    En met een één, twee, drie in GodsnaamGing het ketelbinkie overboord (…)

Etymologie

* (verkleinwoord van bink)