Ketelaar
mannelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- matroos die moet wachtlopen en dus pas later kan eten dan de anderen
- iemand die ketels maakt en repareert
Etymologie
*afleiding van ketel
Uitdrukkingen
- daar kun je ketellaar van blijven — dat zal niets opbrengen
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek