jongedochter

vrouwelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. (jonge), ongehuwde vrouw
    Nog kan hij het niet opgeven, misschien is zij daarbinnen, weer blijft hij dralen en wachten, ofschoon het volk op de Dam en rond het stadhuis hoe langer hoe roeriger en luidruchtiger wordt en zijn verstand hem zegt dat geen fatsoenlijke jongedochter zich te midden van dat opgewonden canaille zal begeven.
    Vanavond komt een fatsoenlijke jongedochter niet op straat.
  2. vrouwelijke bediende