juffer
vrouwelijk (de)/ˈjʏfər/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- juffrouw
- (scheepvaart) blok met inkepingen en drie of vier gaten waar de talrepen door lopen
- (libellen) libelle, libel uit een onderorde van de libellen (Odonata). Juffers zijn slanker en kleiner dan echte libellen, maar hebben een vergelijkbare levenswijze en ontwikkeling. In rust vouwt een juffer de vleugels meestal achter de rug, terwijl een echte libel ze spreidt. Voor- en achtervleugels zijn bij juffers bovendien min of meer gelijk van vorm, terwijl bij de echte libellen de achtervleugels aan de basis veel breder zijn dan de voorvleugels. Juffers zijn een oude groep insecten waarvan het fossielenbestand teruggaat tot het Perm
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek