grondstuk
onzijdig (het)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- de basis of het fundament van ietsJaap stak zijn handen in zijn zakken, teutte bij het grondstuk van de Kleine Houtpoort, waar anders het water spoelde.
- het belangrijkste
- deel van een terrein
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek