hoofdzaak

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈɦoːftsak/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. belangrijkste punt, voornaamste kwestie, wezenlijke deel, kern
    Jammer dat het medicijn vies smaakt, maar hoofdzaak is dat je beter wordt.

Etymologie

*samenstelling van hoofd: belangrijker, hoogste en zaak: ding