grandeur

mannelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. iets dat macht en grootsheid uitstraalt en imponeert
    Als je de grandeur en meedogenloze aard van geologische processen wilt leren kennen, zou het geen slechte zaak zijn het Tetongebergte te bezoeken. die prachtige grillige bergketen net ten zuiden van Yellowstone National Park.Bill Bryson Een kleine geschiedenis van bijna alles Vertaald door Servaas Goddijn {{ISBN|978-90-450-2987-0
    Vaak geeft de grandeur van het Concertgebouw artiesten iets extra's wanneer ze de trappen afdalen. Woensdag was dat tijdens het concert van Chick Corea helaas niet het geval. De 75-jarige pianist kan zo ongeveer alles, en hij was bij veel omwentelingen in de jazzgeschiedenis betrokken, maar voor het volle Concertgebouw schakelde hij van meet af aan naar een routinemodus.Volkskrant Gijsbert Kamer 12 mei 2017

Etymologie

*uit het Frans

Vertalingen

Engelsgrandeur