grootsheid
vrouwelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- verheven boven de rest van de wereldDe deftigheid en de grootsheid van de Oranjes is door de eeuwen heen een stralend voorbeeld geweest voor de Nederlandse adel.De verlepte eetzaal met afgebladderde verf en versleten tapijten getuigde van grootsheid in een andere tijd.
- van een hoge morele standaardHet getuigde van grootsheid dat hij applaudisseerde voor zijn tegenstander die zo'n mooie overwinning had behaald.
Etymologie
*afleiding van groots
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek