gemeenzaamheid

vrouwelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. iets dat op ongedwongen, liefdevolle wijze gebeurt
    Zij openbaren zich aan elkaar en maken zeer grote familiariteit en gemeenzaamheid. Niets verbergen zij voor elkaar, tot de kleinste bijzonderheden toe.
  2. iets dat al te gewoon en vanzelfsprekend is

Etymologie

* afleiding van gemeenzaam