banaliteit

vrouwelijk (de)/banali'tɛɪt/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. gemeenplaats, alledaagse opmerking, platitude
  2. het banaal-zijn
    'Eichmann in Jeruzalem - De banaliteit van het kwaad' is een boek van Hannah Arendt

Etymologie

*afgeleid van banaal (van het Frans)

Vertalingen

Engelsbanality, platitude, triteness
Fransbanalité
Spaansbanalidad