platvloersheid
vrouwelijk (de)/plɑt'flurs.ɦɛɪt/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- de hoedanigheid van laag-bij-de-gronds optredenZijn grove opmerking getuigde van veel platvloersheid.
Etymologie
*Afgeleid van platvloers .
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek