platvloersheid

vrouwelijk (de)/plɑt'flurs.ɦɛɪt/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. de hoedanigheid van laag-bij-de-gronds optreden
    Zijn grove opmerking getuigde van veel platvloersheid.

Etymologie

*Afgeleid van platvloers .