export
mannelijk (de)/ˈɛkspɔrt/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (economie) de uitvoer van goederen naar het buitenlandEen gemeenschappelijke Europese munt is gunstig voor de export.
Etymologie
* naar buiten dragen
Vertalingen
Engelsexport
DuitsExport
Spaansexportación
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek