export

mannelijk (de)/ˈɛkspɔrt/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. economie (economie) de uitvoer van goederen naar het buitenland
    Een gemeenschappelijke Europese munt is gunstig voor de export.

Etymologie

* naar buiten dragen

Vertalingen

Engelsexport
DuitsExport
Spaansexportación