invoer
mannelijk (de)/ˈɪɱvur/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- toevoeging van buiten aan een proces
- (economie) goederen uit het buitenland het land inbrengen om (soms: na bewerking) te verkopen
- (economie) hoeveelheid ingevoerde goederen (vanuit het buitenland)
- (techniek) toevoer van energie aan een systeem
- (informatica) toevoer van informatie aan een systeem
Etymologie
*[B] op te vatten als
Vertalingen
Engelsinput
Spaansimportación
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek