import
mannelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (economie) "invoer" van handelswaar vanuit het buitenland
- (pejoratief) overwegend denigrerende aanduiding voor mensen die afkomstig zijn van eldersDe import van gelukzoekers hier moet stoppen.
- (informatica) het in een computernetwerk invoeren van gegevens die afkomstig zijn uit een ander systeemImport van data in SharePoint.
Etymologie
* Afgeleid van het ww. importeren, dat zelf komt van "importer" (<Latijn "importare"). De huidige economische betekenis heeft zich vermoedelijk mede ontwikkeld onder invloed van """. Precieze datering onbekend (16e-17e eeuw).
Vertalingen
Spaansimportación
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek