ergernis

vrouwelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een zaak die gevoelens van onvrede oproept
    De ergernis deed hem rood aanlopen.
    ' Otto en Cornelia kijken met nauwelijks verholen ergernis naar Nella.
    Tot grote ergernis van het publiek ('Help! Ze nemen ons een planeet af!') en van astronomen die om welke reden dan ook een speciale band met Pluto hebben.

Etymologie

* van ergeren

Vertalingen

Engelsannoyance, frustration
Fransirritation
DuitsÄrger
Spaansirritación, disgusto, fastidio
Poolszdenerwowanie, rozdrażnienie