ongenoegen
onzijdig (het)/ˈɔŋɣəˌnuɣə(n)/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- ontevredenheidOndanks alle rijkdom is er toch nog een hoop ongenoegen in de samenleving.
- ruzie, onenigheid, boosheidEr was altijd ongenoegen tussen de kinderen die het nooit mel elkaar eens waren.
Etymologie
*antoniem van genoegen
Vertalingen
Engelsdispleasure, discontent
Fransras-le-bol, mécontentement
DuitsUnmut, Verdruss
Spaansenojo
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek