aanstoot

mannelijk (de)/ˈanstot/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een ergernis veroorzaken, zich aan iets ergeren
    Zit toch niet zo'n aanstoot te geven!
    Veel mensen nemen aanstoot aan naaktfoto's in de openbare ruimte.
  2. een botsing, of iets met een bruuske beweging een zetje geven
    De aanstoot van een biljardbal met een keu.

Etymologie

* van aanstoten

Vertalingen

Engelsumbrage
DuitsAnstoß