aanstoot
mannelijk (de)/ˈanstot/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- een ergernis veroorzaken, zich aan iets ergerenZit toch niet zo'n aanstoot te geven!Veel mensen nemen aanstoot aan naaktfoto's in de openbare ruimte.
- een botsing, of iets met een bruuske beweging een zetje gevenDe aanstoot van een biljardbal met een keu.
Etymologie
* van aanstoten
Vertalingen
Engelsumbrage
DuitsAnstoß
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek