dubbelepunt

/ˌdʏbələˈpʏnt/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. taalkunde (taalkunde) een leesteken gevormd door twee boven elkaar geplaatste punten.
    De dubbelepunt wordt gebruikt voorafgaand aan een opsomming, een toelichting of directe rede, en in technische notaties.
    De grootste steden van Nederland zijn: Amsterdam, Rotterdam, Den-haag en Utrecht.