Dubbelaar

mannelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. iemand die twee draden samenvoegt tot één draad
  2. iemand die samen met een partner een dubbelspel speelt bij tennis
  3. dubbel LP; een muziekalbum bestaande uit twee langspeelplaten

Etymologie

* afleiding van van dubbelen