dubbel

/ˈdʏbəl/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. (m) persoon die in bepaalde scènes een acteur vervangt
  2. (n) dubbelspel bij de tennissport
  3. (m)/(n) soort bier

Etymologie

#tweemaal zoveel

Uitdrukkingen

  • Dubbel en dwarsHelemaal, volkomen (vgl. dubbel en dik)
  • Dubbel liggenHevig lachen.http://books.google.de/books?id=mmhHk5jJDwUC&lpg=PA54&ots=v2b7IQzUMl&dq=%22dubbel%20liggen%22%20lachen&pg=PA54#v=onepage&q=%22dubbel%20liggen%22%20lachen&f=false
  • Met dubbel krijt schrijvenTe veel in rekening brengen
  • Met een dubbele tong sprekenOnduidelijk praten; iets (bewust) op zo'n manier vertellen dat het op meerdere manieren valt uit te leggen

Vertalingen

Engelsdouble
Fransdouble
Duitsdoppelt
Spaansdoble
Poolspodwójny