dubbelen
/xxxx/
Betekenis
werkwoord
- (intr) (sport) een dubbelspel spelen
- (ov) (verouderd) "verdubbelen", tweemaal groter maken
- (ov) een beschermende laag aanbrengen
- (ov) op een nieuwe papieren onderlaag plakken
- (ov) (sport) op een ronde achterstand zetten
- (ov) (in België) doubleren, blijven zitten, een jaar overdoen
Etymologie
*afgeleid van dubbel
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek