dubbelen

/xxxx/

Betekenis

werkwoord
  1. intr, sport (intr) (sport) een dubbelspel spelen
  2. ov, verouderd (ov) (verouderd) "verdubbelen", tweemaal groter maken
  3. ov (ov) een beschermende laag aanbrengen
  4. ov (ov) op een nieuwe papieren onderlaag plakken
  5. ov, sport (ov) (sport) op een ronde achterstand zetten
  6. ov (ov) (in België) doubleren, blijven zitten, een jaar overdoen

Etymologie

*afgeleid van dubbel