condoom

onzijdig (het)/kɔnˈdom/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. seksualiteit (seksualiteit) latex omhulsel bedoeld als voorbehoedmiddel bij geslachtsverkeer
    Het condoom is een belangrijk hulpmiddel ter voorkoming van seksueel overdraagbare ziekten.
    Omdat het er volwassener uitzag, kwamen mijn seksverhalen tenminste iets geloofwaardiger over dan die van veel anderen, ook al liepen veel jongens rond met condooms in hun portemonnee.

Etymologie

*van "condom", misschien een (eponiem) dat verwijst naar een Engelse arts uit de 17e eeuw; in de betekenis van ‘voorbehoedmiddel’ voor het eerst aangetroffen in 1847

Vertalingen

Engelscondom
Franspréservatif
DuitsKondom
Spaanscondón, preservativo
Portugeespreservativo
Poolsprezerwatywa