bushbush
mannelijk (de)/ˈbuʃbuʃ/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- beboste wildernisWe logeren in Africa Safari Camp, aan de rand van het park, en gaan vandaaruit op game drive, met een gids in een jeep het park in. De dag voor Jonathans verjaardag komt het jachtluipaard op ons pad. Met een net gevangen knaagdier in z'n bek loopt-ie voor ons uit en we volgen hem met de auto. Hij verstopt z'n prooi in een boom en verdwijnt dan in de bushbush. Tubantia M. Botter 23 november 2015 [https://www.tubantia.nl/wonen/met-een-kleine-naar-de-grote-vijf-in-tanzania~aa58f0d3/ Met een kleine naar de grote vijf in Tanzania]Hij had juist een plek in het bos gezocht waar zo min mogelijk mensen langskomen. ,,Ik wil niemand voor het hoofd stoten en heb uren gezocht naar een rustig en verlaten plekje.’’ De 68-jarige Bar meende die gevonden te hebben, maar toch waren er mensen die het zagen en aanstoot namen aan de kunstactiviteit in het bos. Bar moest met zijn naaktmodel daarop in allerijl een nieuwe plek zoeken. ,,Ik ben nog verder de bushbush ingegaan, waar zéker niemand langskwam.’’ Tubantia 17 oktober 2018 [https://www.tubantia.nl/binnenland/politie-stuurt-kunstenaar-met-naaktmodel-weg-uit-bos-project-verwoest~a9e4716f/ Politie stuurt kunstenaar met naaktmodel weg uit bos: 'Project verwoest']
Etymologie
* reduplicatie van "bush", dat zelf weer aan het Engels is ontleend, in de betekenis 'rimboe' aangetroffen vanaf 1962 (zie vindplaats op bush-bush)
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek