reduplicatie
vrouwelijk (de)/redypliˈkatsi/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (taalkunde) vorming van nieuwe woorden of zinsneden door het geheel of gedeeltelijk herhalen van een deel daarvanVoorbeelden van reduplicatie in het Nederlands zijn: mama, gadogado, zigzag, aller-allergrootst, in- en intriest of dag in, dag uit
- (biologie)(historisch) naam door Bateson gebruikt voor een door hem verondersteld genetisch proces
Etymologie
* van dupliceren en
Vertalingen
Engelsreduplication
Fransredoublement
DuitsReduplikation
Spaansreduplicación
Italiaansreduplicazione
Portugeesreduplicação
Russischредупликация
Chinees疊詞
Japans畳語
Koreaans첩어
Arabischمضاعفة
Turksikileme
Poolsreduplikacja
Zweedsfördubbling, duplifix
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek