reduceren

/ˌredyˈserə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov) terugbrengen tot kleinere proporties, verminderen, inkrimpen
    De inflatie reduceerde de koopkracht aanzienlijk.
  2. ov, scheikunde (ov) (scheikunde) het verlagen van het oxidatiegetal door het toevoegen van elektronen aan een molecuul of ion
    Het reactieproduct werd met natriumboorhydride gereduceerd.
  3. erga, scheikunde (erga) (scheikunde) in een lagere oxidatietoestand overgaan
    Onder deze omstandigheden reduceert het ijzer tot de tweewaardige toestand.
  4. ov, kookkunst (ov) (kookkunst) het verkleinen van de hoeveelheid vloeistof door het laten verdampen van vocht onder zachte verwarming

Etymologie

* van Latijn "reducere", in de betekenis van ‘terugbrengen’ aangetroffen vanaf 1504

Vertalingen

Engelsreduce, reduce, reduce
Fransréduire, réduire
Spaansreducir