bokkenpootje
/ˈbɔkə(n)ˌpocə/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (voeding) cilindervormig koekje, waarvan de uiteinden in chocolade gedompeld zijnEén van de jongere collega's op onze redactie was jarig en tracteerde op bokkenpootjes.
Etymologie
*[2] vanwege de gelijkenis in uiterlijk, in de betekenis van ‘koekje met chocola aan de uiteinden’ aangetroffen vanaf 1930
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek