bewindvoerster

vrouwelijk (de)/bə'wɪntfurstər/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. vrouw die de tijdelijk aan het hoofd van een bedrijf staat na het faillissement
    Na de ondergang van de meubelzaak probeerde de bewindvoerster nog te zorgen voor een doorstart.
  2. vrouw die deelneemt aan de regering
    De bewindvoerster van binnenlandse zaken gaf commentaar op de problemen bij de gemeente.

Etymologie

*Samenstellende afleiding van bewind en de stam van voeren