bewindvoerster
vrouwelijk (de)/bə'wɪntfurstər/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- vrouw die de tijdelijk aan het hoofd van een bedrijf staat na het faillissementNa de ondergang van de meubelzaak probeerde de bewindvoerster nog te zorgen voor een doorstart.
- vrouw die deelneemt aan de regeringDe bewindvoerster van binnenlandse zaken gaf commentaar op de problemen bij de gemeente.
Etymologie
*Samenstellende afleiding van bewind en de stam van voeren
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek