bewijs

onzijdig (het)/bə'wɛɪs/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. datgene wat de juistheid van een bewering onweerlegbaar vast (kan) leggen
    Het wiskundige bewijs dat er oneindig veel priemgetallen bestaan is onweerlegbaar.
    Zij is het levende bewijs dat blondjes ook verdraaide slim kunnen zijn.
    Het gerechtshof in Amsterdam heeft Keith Bakker woensdag in hoger beroep veroordeeld tot achttien maanden cel voor het verkrachten van een minderjarig meisje. Het OM eiste eind juni zes jaar cel en tbs met dwangverpleging, maar de straf viel fors lager uit. Volgens het hof is bewijs voor dwang in de relatie niet gevonden.
  2. schriftelijk blijk van iets, bewijsstuk
    De kassabon dient als bewijs dat je iets betaald hebt.

Uitdrukkingen

  • iets met bewijzen staven

Vertalingen

Engelsproof
Franspreuve
DuitsBeweis
Spaansprueba
Poolsdowód