betoogtrant

mannelijk (de)/bə'toxtrɑnt/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. manier van een bewijsvoering
    Je bent verliefd geworden op een of ander meisje uit het dorp en je stelt je voor - ' Hij brak zijn betoogtrant af en vervolgde streng: Wie ze ook is, ze kan niet lezen.
    ' Uit Droogstoppels racistische betoogtrant blijkt al snel dat zijn afkeer van literatuur niet zozeer voorkomt uit zijn liefde voor de waarheid als wel uit zijn onwil zich in iemand anders te verplaatsen.